VERON A63
Friese Wouden
____________





Up
Bijeenkomst
CW Processor

 

VERON afdeling Friese Wouden
Afdelingsblad 'CQ Friese Wouden'

CW Processor

door PEoVMT

Het fenomeen 'morse' is voor veel luister- en zendamateurs nog altijd dŠ manier om ongestoord met de rest van de wereld te communiceren. Als 'fone' het laat afweten door ander ether-kabaal, zoals storingen of druk bezette frequen- ties, dan is CW nog steeds goed te nemen. Over storingen gesproken: door het toenemende aantal gebruikers van bepaalde amateurbanden wordt ongestoord radioverkeer steeds moeilijker. En dat geldt -hoewel in mindere mate- ook voor CW... Moderne (zend/)ontvangers zijn uitgerust met smalle filters, maar dergelijke communicatiemachines zijn voor menig hobbyist te duur. Als je met een betaalbaar apparaat op strooptocht naar DX gaat, ervaar je geregeld, dat veelbelovende signalen verdrinken in het geweld van de kilowatters, die zich buiten onze landsgrenzen met het amateurverkeer bezig houden. En smalle MF- filters zet je nu eenmaal niet 'eventjes' in een willekeurige ontvanger. Om t¢ch nog op een volwaardige manier aan het CW-verkeer deel te nemen, moet je derhalve creatief zijn. En die creativiteit is gelukkig onder zendamateurs nog wel te vinden! Overigens is het de moeite waard, om eerst verder te lezen, v¢¢r je het soldeerijzer warm stookt...

De opzet

De CW-processor werd oorspronkelijk (ruim 13 jaar geleden) opgezet als morse- pieper. Toen dat ding naar tevredenheid werkte, werd er een nivo-detectortje bijgeknutseld, om met behulp van binnenkomende morse-signalen de pieper te laten starten. Op die wijze kregen alle signalen het vertrouwde toontje. Weer wat later werd er een echt audiofilter bijgebouwd, en gaandeweg werd het doosje voller. Een audioversterkertje, een eigen voeding, een relais, wat signaal-LED's en op een gegeven moment leek het doosje wel wat op Emmentaler kaas vanwege het grote aantal 'gaten' voor schakelaars, LED's en aansluitbus- sen... Uiteindelijk is de CW-processor in een mooi metalen kastje terecht gekomen, de schakelingen werden netjes op printjes gezet en het eindproduct is een veelzijdig inzetbaar apparaatje geworden: LF- en HF-signaltracer, toonge- nerator, CW-processor, repeater-slot-pieper, sounderapparaat, CW-zenderbesturing met side-tone-oscillator, en (vanwege de aan- en uitfloepende LED's) alternatieve kerstversiering...

Schakelingen

Het schema van de CW-processor kan worden uitgesplitst in vele onderdelen. Terwille van de overzichtelijkheid kijken we eerst even naar het blokschema (afb. 1). Blokje 1 is een regelbare LF-versterker (1...100x), blokje 2 is een selectieve versterker (doorlaat ca. 1 kHz), deze trap kan naar wens in- of uitgeschakeld worden met S2. Beide trapjes zijn uitgerust met een µA 741.


Afb.1 Blokschema van de complete telegrafieprocessor

Blokje 3 is een nivo-detector, als er voldoende signaal wordt aangeboden wordt een gelijkspanning afgegeven en een lED knippert in hetzelfde tempo mee. Blokje 4 is een eenvoudige elektronische schakelaar met een FET, die op zijn beurt het uitgangssignaal van een sinusgenerator (blokje 5) naar massa kortsluit of ongehinderd naar de uitgang doorgeeft. De elektronische schake- laar kan eveneens worden geactiveerd met de seinsleutel via blokjes 7 en 8. Blokje 6 is een eenvoudige LF-eindtrap die het ingebouwde luidsprekertje of de koptelefoon van signaal voorziet. Behalve LF-signalen kunnen we ook nog (amplitude-gemoduleerde) HF oppikken via een diode-detector (blokje 9). Het ongenummerde blokje stelt de (gebalanceerde) voedingseenheid voor. Welliswaar zitten er nauwelijks verrassingen in (de meeste schakelingen zijn 'bekend'), maar toch is het goed om even bij elke 'afdeling' stil te staan.

Principeschema'S

Het hart van de CW-processor wordt gevormd door de selectieve versterker en de nivo-detector, opgebouwd rond IC1, IC2 en darlington T1 (afb. 2). De verster- kingsfactor kan vanaf het frontpaneel ingesteld worden met potmeter R4.


Afb.2 Principeschema van regelbare voorversterker, selectieve versterker en niveaudetector

De selectieve versterker is uitgerust met een Wien-netwerk waarvan de doorlaat rond 1 kHz ligt. Signalen van toereikende amplitude zetten darlington T1 aan of uit waardoor het knooppunt R13 en D3 tussen plus of min voedingsspanning op en neer wipt. In afb. 3 is de seinsleutel-schakeling van blokjes 7 en 8 uitgewerkt; transistor T3 vervult dezelfde functie als darlington T1 in afb. 2.


Afb. 3 schema van dat gedeelte dat door de seinsleutel wordt geactiveerd


Afb. 4 Principeschema van de electronische schakelaar en de sinusgenerator


Afb. 5 Lf-vermogensversterker en de hf en de lf-ingang voor de signaalzoeker

De elektronische schakelaar en de sinusgenerator van blokje 4 en 5 zijn getekend in afb. 4. De generator is wederom opgezet rond een µA 741. Met behulp van instelpotmeter R27 wordt de oscillator zo ingesteld dat hij netjes start en een mooie sinus afgeeft. Sinusgeneratoren hebben de prettige eigen- schap aangename tonen te produceren, die het menselijk oor niet onmiddellijk zodanig tarten dat de bezitter ervan het wereldrecord hardlopen wenst te verbeteren. Met zaagtand- en blokgolf-oscillatoren is in dit verband dus nog wat te verdienen in de wereld der topsport...

De waarden van het RC-filter zijn zo gekozen dat de opgewekte sinus een frequentie heeft van ca. 1750 Hz, hiermee kunnen we relaiszenders open piepen. Door schakelaar S1a/b open te zetten kan de frequentie van de toongenerator gehalveerd worden, 850 Hz is een prettig in het gehoor liggend morse-toontje. Aan de uitgang van de toongene- rator is een wat wonderlijke 'potentiometer' opgenomen, bestaande uit weer- stand R16 en veldeffect-transistor T4. Door deze FET open en dicht te sturen kan het signaal van de toongenerator naar potmeter R16a van maximum tot vrijwel nul worden gevarieerd. De FET ontvangt zijn sturing vanuit de nivo- detector en/of de seinsleutel-schakeling (punt A).

Om de werking stabiel te houden is de gate van T4 naar massa ontkoppeld met een extra condensator (100 nF), verder is er een weerstand van 15 k tussen het knooppunt C4/D1 en de min van de voedingsspanning gezet om ook snelle CW te kunnen volgen. Deze twee componenten staan niet in het schema en de printtekening aangegeven! (zie ook bij 'Printjes en behuizing').

Versterker en voedingseenheid

De audioversterker is opgebouwd rond een 8 pens IC LM-386-N. (zie afb. 5) Om de versterker aan de praat te krijgen zijn maar enkele omringende componenten nodig. Het volume wordt geregeld met potmeter R30. Het maximale uitgangsvermo- gen is beperkt tot ca. 0,3 W, hetgeen ruim voldoende is.

Links onderaan is een eenvoudige diode-detector met RC-filter getekend, hiermee kunnen HF-signaal- tjes worden opgepikt. Schakelaar S4 kiest tussen rechtstreekse ingangs- signalen of het uitgangspiepje van de sinusgenerator. De versterkertrap krijgt z'n voedingsspanning (ca. 7 V) vanuit de 'positieve' helft van een gebalan- ceerde voeding, die met discrete componenten werd opgebouwd (zie afb. 6).


Afb.6 Schema van het voedingsgedeelte

Twee driebenige spanningsregelaars voor 8 V (7808 en 7908) kunnen de klus natuurlijk ook klaren, maar die zijn soms minder makkelijk verkrijgbaar dan de 5 of 12 V-versies.

Printjes en behuizing

Voor de CW-processor zijn printjes van bescheiden formaat ontworpen Hierover meer in deel 2

(wordt vervolgd).

73, Hans - PEoVMT