VERON A63
Friese Wouden
____________





Up
FRM 1998
3872 kilogram
GMDSS (1)
De microfoon aan

 

VERON afdeling Friese Wouden
Afdelingsblad 'CQ Friese Wouden'

GMDSS (1)

door PAoJLS

Global Maritime Distress and Safety System - Inleiding

Reeds vanaf het prille begin van de draadloze telegrafie, ongeveer rond 1900, zag men ook de voordelen van dit fenomeen aan boord van schepen.  Net als heden ten dagen was ook toen het hoofddoel van een radio installatie aan boord van schepen, het beveiligen van mensenlevens op zee. Het nevendoel is deelname aan het openbaar radio verkeer (telefoongesprekken, geluks- telegrammen etc).

De ramp met de Titanic in 1912 was de aanleiding tot het maken van afspraken betreffende maritieme radiocommunicatie. In 1913 werd de eerste conferentie gehouden, waarin afspraken werden gemaakt over procedures, frequentie- gebruik en luistertijden op noodfrequenties. Tevens werd er gesproken over het verplicht uitrusten van schepen
met een radio- installatie ter beveiliging van mensenlevens op zee.

Sinds de eerste proefnemingen met draadloze telegrafie aan het begin van de 20e eeuw is er veel veranderd op het gebied van telecommunicatie. Zo was er in de 30er jaren de invoering van de radiotelefonie en in de 60-er jaren de radio-telex (TOR). Steeds werden de voorschriften en procedures aangepast aan deze nieuwe technieken. Dit heeft geleid
tot het Nood-, Spoed- en Veiligheidsverkeer zoals dit tegenwoordig gebruikt wordt.

Door wederom de introductie van nieuwe communicatiemiddelen, zoals satellietcommunicatie en het automatiseren van verbindingssystemen was het wenselijk het NSV zoals wij dat nu kennen, in zijn geheel te herzien. Daarom werd in 1988 in een conferentie besloten tot de invoering van het Global Maritime Distress and Safety System (GMDSS), waarin gebruik gemaakt wordt van deze nieuwe technieken. Daar het invoeren van dit systeem grote kosten voor de reders met zich mee brengt, is besloten dat dit gefaseerd zou gebeuren, aanvangende in 1992 en dat het op 1 februari 1999 volledig voltooid moet zijn.

De uitvoerende instantie voor wat betreft de regelgeving, uitvoering en contr“le van de regels op communicatie gebied is de Rijksdienst voor Radio- communicatie (RDR), met aan het hoofd de HDTP (Hoofd Directie Telecom- municatie en Post). De RDR is gevestigd in Groningen en is een onderdeel van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Het doel van GMDSS

Het GMDSS is ontworpen om de tekortkomingen van het conventionele maritieme communicatiesysteem op te heffen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van nieuwe technieken en systemen, met name Inmarsat en DSC.

Bediening

De radiodienst aan boord van schepen met daaraan gekoppeld de radioinstallaties, met inbegrip van de Inmarsat terminals, moeten worden bediend door personeel dat in het   bezit is van een geldig bedieningscertificaat.

Bedieningscertificaten

Marcom-A:
Het Algemene Certificaat Maritieme Radiocommunicatie. De houder van dit certificaat is bevoegd om alle radio-installaties met inbegrip van de Inmarsat- terminals aan boord van Nederlandse schepen te bedienen.

Marcom-B:
Het Beperkt Certificaat Maritieme Radiocommunicatie. Geeft alleen bevoegdheid voor het bedienen van een VHF radio-installatie en van een Inmarsat terminal.

Basiscertificaat Marifonie:
Geldt alleen voor de binnenwateren van de Rijnoeverstaten. Het geeft slechts bevoegdheid om marifoons in de zogenoemde binnenvaartuiguitvoering, aan boord van jachten en de beroepsbinnenvaart, te bedienen.

Basisconcept

Het basisconcept van GMDSS is, dat de co”rdinerende SAR-autoriteiten aan de wal, zowel als schepen in de buurt , onmiddellijk gealarmeerd kunnen worden in geval van nood, zodat zij snel en zonder oponthoud in een geco”rdineerde SAR-aktie kunnen assisteren. Verder voorziet het systeem in spoed- en veiligheids-communicatie alsmede in het verspreiden van Maritime Safety Information (MSI), hier zal later op in worden gegaan.

Eisen

Schepen op zee moeten daarom tot het navolgende in staat zijn:

1. Het versturen van schip/wal noodalarmering d.m.v. twee verschillende en onafhankelijke middelen, gebruik makend van verschillende verbindingssystemen.
2. Het ontvangen van wal/schip noodalarmeringen.
3. Het versturen en ontvangen van schip/schip noodalarmering.
4. Het verzenden en ontvangen van SAR-co”rdinatie verkeer.
5. Het verzenden en ontvangen van on-scene communicatie.
6. Het verzenden en ontvangen van plaatsbepaling-signalen (SART en RADAR).
7. Het verzenden en ontvangen van MSI (Maritime Safety Information).
8. Het plegen van algemene radiocommunicatie met walstations of netwerken.

9. Het plegen van brug/brug communicatie.

OV

Openbaar Verkeer mogelijkheden met GMDSS:
Telefoon: Inmarsat - A/B, VHF, MF, HF.
FAX:        Inmarsat - A/B en C (met C alleen ontvangen door de wal).
Telegram: Inmarsat A/B/C, VHF, MF, HF.

Indeling/uitrustingseisen

Omdat het GMDSS niet meer zozeer naar de grootte van het schip, maar veel meer naar het vaargebied van het schip kijkt, als men het heeft over uitrustingseisen, is de gehele wereld verdeeld in vier gebieden, de zeegebieden A1 t/m A4. Deze gebieden zijn volledig afhankelijk van de aanwezigheid en uitrusting van kuststations. De indeling is als volgt gedefinieerd:

Zeegebied A1: Een gebied binnen VHF-radiotelefonie bereik van tenminste één kuststation of kustwachtpost, waarin een ononderbroken DSC alarmering beschikbaar is. In het algemeen zal dit een gebied van circa 30 mijl uit de kust zijn. In een dergelijk gebied is men zeker van VHF radiocontact met de wal. De betrokken walautoriteit houdt met DSC apparatuur een continu luisterwacht op het VHF kanaal 70.

Zeegebied A2: Een gebied, met uitzondering van het zeegebied A1, binnen het MF radiotelefoniebereik van tenminste één kuststation of kustwachtpost, waarin een ononderbroken DSC alarmering beschikbaar is. In het algemeen zal dit een gebied van ca 200 mijl zijn. Men is in een dergelijk gebied vrijwel zeker van MF radiocontact met de wal.
De betrokken walautoriteit onderhoud met DSC apparatuur een continu luisterwacht op de DSC noodfrequentie 2187,5 kHz.

Zeegebied A3: Een gebied, met uitzondering van de zeegebieden A1 en A2, binnen het bereik van een geostationaire Inmarsat, waarin een ononderbroken alarmering beschikbaar is. Dit is elk gebied binnen 70 graden Noord en 70 graden Zuid.

Zeegebied A4: Een gebied buiten de zeegebieden A1, A2 en A3. Dit zijn gebieden benoorden van 70 graden Noord en bezuiden van 70 graden Zuid. Deze gebieden bieden geen gegarandeerde Inmarsat dekking en worden vaak betiteld als "de polen" . Bereikbaarheid voor deze gebieden wordt alleen geboden mbv HF communicatie.

73, Hans - PAoJLS

Tot zover deel 1. In een volgende editie gaan we verder op de uitrustingseisen voor de vier zeegebieden (red).