VERON A63
Friese Wouden
____________





Up
Bijeenkomst
Op Amp
Antenne Analyzer
Voor U gelezen
Awards

 

VERON afdeling Friese Wouden
Afdelingsblad 'CQ Friese Wouden'

Op Amp

door PA3BWZ

Operationele versterkers, ook wel opamps genaamd, worden in de meest uiteenlopende variaties in de electronica toegepast. Een opamp is eigenlijk een verschilversterker. Hij meet het verschil tussen twee aangeboden spanningen en laat daar wat mee doen. In fig. 1 ziet u een schema van de oervorm van zo'n versterker.


figuur 1

Het zal mischien opgevallen zijn, dat de beide transistoren een gemeenschappelijke emittor weerstand hebben. Dat is een tipisch kenmerk van de verschilversterker. Het deel dat buiten de gestippelde rechthoek is getekend zijn toegevoegde elementen om met de schakeling te kunnen experimenteren. De twee potmeters vormen twee variabele spanningsdelers, waarmee twee ingangsspanningen kunnen worden ingesteld. De led's zijn de vervangers van de collectorweerstanden. Zij geven dan ook de collector stroom weer.

Als het experiment wordt gestart, dan staan de beide potmeters zodanig, dat de basis spannig 0 volt is. De twee led's branden dan niet. Wordt nu P1 verdraaid, zodat de basis spanning van T1 ongeveer 0.7 V wordt, dan gaat T1 geleiden en Led1 gaat branden. Gaan we nu P2 opdraaien, zodanig, dat de basisspanning van T2 hoger wordt dan die van T1, Dan gaat Led2 branden en Led1 dooft. Met andere woorden, als de basisspanning van een der trasistoren een een bepaald bedrag hoger is de die van de andere, dan brandt de bijbehorende led.

Het zal niet gemakkelijk zijn, om de potmeters zo in te stellen, dat de twee led's gelijktijdig branden. En dit overgangsgebied is nu erg interessant. Een zeer kleine verandering in de basisspanning heeft grote veranderingen in de colletorspanning tot gevolg.

Vb1

Vc1

Vc2

Stijgt

Daalt

Stijgt

Daalt

Stijgt

Daalt

In bovenstaande tabel is weergegeven, wat er gebeurt als de basisspanning van T1 wijzigt. Het zelfde gebeurt bij basisspannings veranderingen van T2, echter in tegengestelde vorm. Indien nu de ene basisspanning toeneemt en de andere even sterk afneemt, dan zijn de stijgingen en dalingen van de collector spanningen dubbel zo sterk. Het veschil tussen de twee basisspanningen wordt dus versterkt. Dit basisprincipe wordt tegenwoordig in geintregeerde vorm (IC) in de handel gebracht. Een voorbeeld is ondermeer het type 741. In dit IC, en dat zal niemand verbazen, zitten heel wat meer onderdelen, dan in het basis schema van fig.1 is aangegeven. Dat zijn er zo'n 30 tot 40. De versterkingsfactor is meer dan 100.000 maal. Hoe dat allemaal in elkaar staakt wil ik maar buiten beschouwing laten. Hieronder vindt u echter wel een belangrijk gegeven, namelijk hoe zo'n ding schematisch wordt weergegeven.

Belangrijk is te weten, dat er verschil zit tussen de twee ingangen. Het is namelijk zo, dat de min ingang inverteerd en de plus ingang niet inverteerd naar de uitgang. Dat wil zeggen, dat V - 180 graden uit fase en V + in fase wordt versterkt. Ook is belangrijk, dat opamps uit twee spannings bronnen worden gevoed. Dit kan bijvoorbeeld door middel van twee in serie geschakelde batterijen gebeuren.


Figuur 2

De middenaftakking wordt dan de gemeenschappelijke 0, de negatieve spanning ten op zichte van dit nulpunt wordt dan aangesloten op pootje 4 van het IC en de positieve spanning aan pootje 7. Bovendien heeft de 741 nog twee aansluitingen, pootje 1 en 5. Deze twee aansluitingen dienen voor de compensatie. Wat betekent dit. Als op de twee ingangen 0 V staat, dat moet de uitgang ook precies 0 V zijn. Dit is niet altijd het geval. Om dat te bereiken wordt dan tussen 1 en 5 een instelpotmeter geschakeld. De waarde van deze potmeter is meestal 10 kOhm. In de meeste gevallen kan deze weerstand echter achterwege blijven.

Zo, dit was dan een eenvoudige uitleg over de opamp. In de volgende artikelen zal ik een aan tal interessante schakelingen met deze IC's behandelen.

73, Jan - PA3BWZ