VERON A63
Friese Wouden
____________





Up
Bijeenkomst
VR 1995
CW Processor
Voor U gelezen

 

VERON afdeling Friese Wouden
Afdelingsblad 'CQ Friese Wouden'

CW Processor

door PEoVMT

deel 3 (slot)

De telegrafieprocessor in de praktijk

Voorafgaand aan de hier besproken versie was er reeds een eenvoudiger uitvoering gemaakt. Het principe van de eerdere versie berustte op een systeem waarbij het binnenkomend signaal een versterker passeerde, waarop een automatische versterkingsregeling werkte. Handig bij varierend signaalniveau, maar ongewenste signalen, die sterker waren dan het gewenste telegrafiesignaal schopten de boel in de war. Experimenten met handregeling en een selectieve versterker deden tenslotte de definitieve versie ontstaan en die bleek in de praktijk prettig te voldoen. Als er een telegrafiesignaal moet worden gevolgd, dat last heeft van zaken zoals ruis, achtergrondlawaai, atmosferische storingen en dergelijke is het vaak al voldoende om de selectieve versterker in te schakelen en de voorversterker op een laag pitje te houden. Veel rommel wordt dan al uitgefilterd, vooropgesteld, dat het binnenkomend signaal zo wordt afgestemd, dat het binnen de doorlaat van de selectieve versterker valt.

Omdat deze trap bij grote signalen als het ware breder wordt, moet de voorversterker niet te ver worden open gedraaid. De kwaliteitsfactor (de 'Q') van de filtertrap kan worden ingesteld met R9. Bij correcte afregeling treedt er een behoorlijke opslingering van het signaal op, zonder dat er sprake is van 'uirinkelen' van het toontje. Als de meekoppeling te groot wordt, is de selectieve versterker niet meer in de hand te houden: zelfs een klein 'kraakje' zet de zaak aan het oscilleren en de telegrafiesignalen worden een laanggerekte toon. Een te kleine meekoppeling resulteert in een slechte filterwerking, het is dus even uitproberen.

Als het signaal nog steeds hinderlijke storingen bevat, of als er een ander telegrafiesignaal bovenop zit, kan S3 worden omgewipt. Nu is het van belang om de voorversterker zo in te stellen, dat de selectieve versterker voldoende signaal krijgt aangevoerd om genoeg uitgangssignaal (op een frequentie van 1 kHz!) te leveren aan de niveaudetector. Deze brengt dan op zijn beurt de electronische schakelaar in werking en nu horen we ons eigen toontje van 875 Hz uit de luidspreker. Een van de meest opvallende van de hier geschetste situatie is, dat -bij een juiste instelling van de versterker - zelfs aanzienlijk sterkere telegrafiesignalen volledig verdwijnen. De gewenste morseboodschap is even helder en ongestoord alsof er geen QRM bestond.

Natuurlijk is de telegrafieprocessor niet in staat om onderscheid te maken tussen twee signalen op de zelfde frequentie, ook krijgt hij het moeilijk, als er tussen het gewenste en ongewenste signaal heel weinig frequentie verschil zit. Dat neemt echter niet weg, dat er opmerkelijke resultaten te verwachten zijn. Een proefje met 2 telegrafiesignalen, die slechts 400 Hz van elkaar verwijdert waren, wees uit, dat het ongewenste signaal maar liefst zes maal sterker mocht zijn, voordat het de niveaudetector kon activeren. Deze waarde lijkt nog voor verbetering vatbaar als de regeling van R9 voldoende nauwkeurig wordt gedaan.

Overigens is het wel oppassen geblazen, sommige sterke pulsstoringen kunnen ook kunnen ook ongewenste piepjes tussen de morsetekens veroorzaken, maar meestal kan dit worden verholpen door de instelling van R4 wat te veranderen. De beste stand van deze regelaar is veelal afhankelijk van het binnenkomende signaalniveau. Als de versterking te laag wordt ingesteld, zal de niveaudetector niet, of onregelmatig aanspreken. De binnenkomende toon klinkt dan soms door het signaal van de sinusgenerator (875 Hz) heen. Bij een te grote versterking van het signaalniveau worden er ook storende zaken door de filtertrap geperst: andere morsesignalen en storingen kunnen de niveaudetector dan activeren, waardoor de electronische schakelaar niet meer uitsluitend op het gewenste morsesignaal reageert. Kortom het werken met de telegrafieprocessor vergt wat handigheid en 'gevoel' in de vingertoppen, de LED-indicator kan daarbij een handje helpen.

Nog wat andere toepassingen: signaalgenerator om lf-versterkers door te fluiten, signaalzoeker voor HF en LF signalen en - afhankelijk van eventuele extra aansluitingen- toongenerator om het toonslot van relaiszenders open te piepen (1750 Hz). Deze laatste mogelijkheid kan worden gerealiseerd door een aparte verbinding te leggen tussen het relaiscontact Ry en de PTT schakelaar van de zendontvanger. Het 1750 Hz signaal kan via een weerstand (richtwaarde 4,7 kOhm) parallel aan de microfooningang worden gezet.

73, Hans - PEoVMT