VERON afdeling Friese Wouden
Afdelingsblad 'CQ Friese Wouden'
door PEoVMT
deel 3 (slot)
De telegrafieprocessor in de praktijk
Voorafgaand aan de hier besproken versie was er reeds een
eenvoudiger uitvoering gemaakt. Het principe van de eerdere versie berustte op
een systeem waarbij het binnenkomend signaal een versterker passeerde, waarop
een automatische versterkingsregeling werkte. Handig bij varierend signaalniveau,
maar ongewenste signalen, die sterker waren dan het gewenste telegrafiesignaal
schopten de boel in de war. Experimenten met handregeling en een selectieve
versterker deden tenslotte de definitieve versie ontstaan en die bleek in de
praktijk prettig te voldoen. Als er een telegrafiesignaal moet worden gevolgd,
dat last heeft van zaken zoals ruis, achtergrondlawaai, atmosferische storingen
en dergelijke is het vaak al voldoende om de selectieve versterker in te
schakelen en de voorversterker op een laag pitje te houden. Veel rommel wordt
dan al uitgefilterd, vooropgesteld, dat het binnenkomend signaal zo wordt
afgestemd, dat het binnen de doorlaat van de selectieve versterker valt.
Omdat deze trap bij grote signalen als het ware breder wordt,
moet de voorversterker niet te ver worden open gedraaid. De kwaliteitsfactor (de
'Q') van de filtertrap kan worden ingesteld met R9. Bij correcte afregeling
treedt er een behoorlijke opslingering van het signaal op, zonder dat er sprake
is van 'uirinkelen' van het toontje. Als de meekoppeling te groot wordt, is de
selectieve versterker niet meer in de hand te houden: zelfs een klein 'kraakje'
zet de zaak aan het oscilleren en de telegrafiesignalen worden een laanggerekte
toon. Een te kleine meekoppeling resulteert in een slechte filterwerking, het is
dus even uitproberen.
Als het signaal nog steeds hinderlijke storingen bevat, of als
er een ander telegrafiesignaal bovenop zit, kan S3 worden omgewipt. Nu is het
van belang om de voorversterker zo in te stellen, dat de selectieve versterker
voldoende signaal krijgt aangevoerd om genoeg uitgangssignaal (op een frequentie
van 1 kHz!) te leveren aan de niveaudetector. Deze brengt dan op zijn beurt de
electronische schakelaar in werking en nu horen we ons eigen toontje van 875 Hz
uit de luidspreker. Een van de meest opvallende van de hier geschetste situatie
is, dat -bij een juiste instelling van de versterker - zelfs aanzienlijk
sterkere telegrafiesignalen volledig verdwijnen. De gewenste morseboodschap is
even helder en ongestoord alsof er geen QRM bestond.
Natuurlijk is de telegrafieprocessor niet in staat om
onderscheid te maken tussen twee signalen op de zelfde frequentie, ook krijgt
hij het moeilijk, als er tussen het gewenste en ongewenste signaal heel weinig
frequentie verschil zit. Dat neemt echter niet weg, dat er opmerkelijke
resultaten te verwachten zijn. Een proefje met 2 telegrafiesignalen, die slechts
400 Hz van elkaar verwijdert waren, wees uit, dat het ongewenste signaal maar
liefst zes maal sterker mocht zijn, voordat het de niveaudetector kon activeren.
Deze waarde lijkt nog voor verbetering vatbaar als de regeling van R9 voldoende
nauwkeurig wordt gedaan.
Overigens is het wel oppassen geblazen, sommige sterke
pulsstoringen kunnen ook kunnen ook ongewenste piepjes tussen de morsetekens
veroorzaken, maar meestal kan dit worden verholpen door de instelling van R4 wat
te veranderen. De beste stand van deze regelaar is veelal afhankelijk van het
binnenkomende signaalniveau. Als de versterking te laag wordt ingesteld, zal de
niveaudetector niet, of onregelmatig aanspreken. De binnenkomende toon klinkt
dan soms door het signaal van de sinusgenerator (875 Hz) heen. Bij een te grote
versterking van het signaalniveau worden er ook storende zaken door de
filtertrap geperst: andere morsesignalen en storingen kunnen de niveaudetector
dan activeren, waardoor de electronische schakelaar niet meer uitsluitend op het
gewenste morsesignaal reageert. Kortom het werken met de telegrafieprocessor
vergt wat handigheid en 'gevoel' in de vingertoppen, de LED-indicator kan
daarbij een handje helpen.
Nog wat andere toepassingen: signaalgenerator om lf-versterkers
door te fluiten, signaalzoeker voor HF en LF signalen en - afhankelijk van
eventuele extra aansluitingen- toongenerator om het toonslot van relaiszenders
open te piepen (1750 Hz). Deze laatste mogelijkheid kan worden gerealiseerd door
een aparte verbinding te leggen tussen het relaiscontact Ry en de PTT schakelaar
van de zendontvanger. Het 1750 Hz signaal kan via een weerstand (richtwaarde 4,7
kOhm) parallel aan de microfooningang worden gezet.
73, Hans - PEoVMT