VERON afdeling Friese Wouden
Afdelingsblad 'CQ Friese Wouden'
met behulp van electronische ogen
door NL10305
Vacantiegangers en al diegenen, die vanaf een
Luchthaven naar hun bestemming gaan, beseffen in de meeste gevallen niet, dat
hun vlucht continu wordt begeleid door Radar-Vliegverkeersleiders en dat er zeer
frequent, korte en bondige proceduregesprekken plaatsvinden tussen deze mensen
op de grond en de vlieger. Nadat het vliegtuig van de Plaatselijke
Verkeersleiding (Tower/Local Control) toestemming heeft gekregen om te starten
en het vliegtuig los is van de grond (airborne), vindt al spoedig de eerste
overdracht plaats om het vliegtuig onder verdere Radar-begeleiding, via vele
Geleidingscentra naar het vliegveld van bestemming te brengen. Deze
Geleidingscentra houden op hun beurt weer contact met elkaar en begeleiden dag
en nacht de vele burger- en militaire vliegtuigen op hun routes over de hele
wereld. Dit gebeuren valt de passagier niet op, die hoogstens op afstand een
condensstreep van een ander vliegtuig waarneemt en niet beseft en weet, dat er
volgens strakke verkeersregels hoogte- en laterale separatie gevlogen wordt,
waarbij tevens rekening gehouden wordt met de snelheid van de vele soorten
vliegtuigen, die zijn vliegtuig omringen. De Radarverkeersleiding zorgt er voor,
dat er praktisch onder alle soorten weersomstandigheden kan worden gevlogen,
mits er natuurlijk geen al te slecht grondzicht is tijdens de landing. Technisch
is het mogelijk voor de vlieger om- als zijn vliegtuig daarvoor is uitgerust en
hij voor Instrumentlandingen gekwalificeerd is- om afhankelijk van Aircraften
Groundequipment Limitation zijn vliegtuig met zeer weinig grondzicht aan de
grond te brengen.(Wolkenbasis 50m en een horizontale zicht van plm 1000 meter).
De dalingslijn van de Grond Landingsradar en het I.L.S.(Instrument
Landingssystem) raken de landingsbaan op het landingspunt. Op de Landingsradar
kan de verkeersleider het vliegtuig de landingsbaan zien raken en verder volgen.
Vergeleken met vroeger is er in de Luchtvaart
erg veel veranderd. Het luchtruim was leeg en men vloog met grondzicht, huisje,
boompje, beestje met een kaart op de knieën en speurend naar bekende punten.
Raakte de vlieger de weg kwijt, dan werd de landing uitgevoerd op een stukje
land. Wel moest hij rekening houden met "Medelucht gebruikers" met
Luchtschepen, die minder wendbaar waren en dus voorrang moesten hebben. Dit
laatste geldt trouwens nog steeds. De hoogste voorrang heeft een vliegtuig in
nood en dan volgt de Ballon. De romantiek van het vliegen is voorbij. Het aantal
regels en procedures in de Luchtvaart zijn zo sterk uitgebreid, dat de vlieger
praktisch geen vrijheid van handelen meer heeft. Alles is gebaseerd op
veiligheid, efficiëntie en schema's.
In het begin van 1900 werd voor het eerst via
radio contacten gelegd met luchtschepen en rond 1930 kon men pas spreken van
geregeld radiotelegrafie en radiotelefonie tussen de vliegtuigen en de
grondstations. Er werd een begin gemaakt met een soort Luchtverkeersregeling.
Met behulp van Radiopeilingen en Radiobakens
werd de vlieger op de hoogte gehouden van zijn positie en werd het navigeren
voor hem gemakkelijker. Pas toen het vliegtuig de beschikking kreeg over een
"Kunstmatig Horizon", een "Hoogtemeter" en een "Snelheidsmeter"
werden wolkenlagen doorbroken en werd het mogelijk om te gaan "Blindvliegen".
De "Automatische Piloot" was een verdere ontwikkeling en kon tijdens
de vlucht vele handelingen van de vlieger overnemen.
Momenteel wordt er op allerlei hoogten
(Altitudes) en vluchtniveaus (Flightlevels) gevlogen en hierbij wordt gebruik
gemaakt van de oude en bekende Barometer. De Standaard Luchtdruk in de
Luchtvaart is 1013Mbs of Hector Pascal, zoals o.a.Hans de Jong, onze populaire
Hobby Meteoroloog uit Gorredijk, deze laatste kreet bij ons via zijn
Weerpraatjes heeft geintroduceerd. Elk vliegveld heeft zijn eigen Barometerstand,
die steeds een andere waarde aangeeft. Staat een vliegtuig op de grond en wijst
zijn hoogtemeter 0 voet aan, dan is (door de vlieger in te stellen) zijn
Hoogtemeter instelling dezelfde als de Barometerstand op die plaats. Deze
Hoogtemeter instelling wordt voor de Start en voor de Landing door de
Vliegverkeersleider altijd doorgegeven aan de vlieger, zodat- en dat is
natuurlijk erg belangrijk bij de landing- de vlieger altijd op 0 voet de
landingsbaan raakt. Zelfs de modernste vliegtuigen maken nog steeds gebruik van
de "oude Barometer". De plaatselijke hoogtemeter instelling is dus erg
belangrijk voor het vliegen in de omgeving van het vliegveld en tijdens de
landing. Hiervoor heb ik gesproken over vluchtniveaus. (Flightlevels of afgekort
FL).
Een FL is gebaseerd op de Standaard
Hoogtemeterinstelling van 1013.2Mbs. Zodra het vliegtuig een hoogte bereikt,
waarop met dit systeem wordt gevlogen, zet de vlieger zijn hoogtemeterinstelling
op 1013.2 Mbs. In werkelijkheid kan zijn hoogte dus erg verschillen met de
hoogte waarop hij daarvoor vloog. De bedoeling van het FL systeem is, dat men
onder geleiding op een gekregen FL zijn weg kan vervolgen zonder in conflict te
komen met het overige luchtverkeer, die ook op FL vliegt. In verticale richting
moet er tussen vliegtuigen altijd een hoogteverschil zijn van 1000 voet
(300meter) en tussen vliegtuigen die op dezelfde route en hoogte vliegen een
tijdsinterval van 10 minuten aanhouden. Voor het kruisende verkeer wordt het
"Koers-Hoogtesysteem" toegepast.Men werkt met 4 kwadranten: 1e: 0
graden tot 089 graden:FL 30 = 3000 voet op 1013.2), 50, 70, etc 210, 230, 250,
270, 290, 330, 370, etc. 2e: 090 graden tot 179 graden:FL 35, 55, 75,
etc, 215, 235, 255,300, 340 etc. 3e: 180 graden tot 269 graden:FL 40, 60,
80 etc,200, 220, 240, 260, 280, 310, 350,etc. 4e: 270 graden tot 359
graden:FL 45, 65, 85 etc, 205, 225, 245, 265, 285, 320, 360, etc. Dit zijn de
Flightlevel waarop op instrumenten wordt gevlogen. Dus o.a. ook al het
Burgerluchtvaartverkeer wat ons boven Drachten passeert. Uit bovenstaande blijkt,
dat er, als de vlieger opgedragen Flightlevels vliegt het niet mogelijk is om
elkaar tegen te komen, tenzij.....welke meter ook weer? Kapot is. Zodra de
vlieger zijn naderingsprocedure inzet om te landen, wordt de verkregen
hoogtemeter instelling van het vliegveld, waar de landing moet plaatsvinden, op
de meter gezet. De meter staat dan weer op N U L als het vliegtuig is geland.
Voor wat betreft de navigatie worden natuurlijk nu ook de satalieten gebruikt.
Vliegen wordt steeds eenvoudiger!
Voor Liefhebbers: Meteo Amsterdam Freq:
126.200 (24 uur weer:Plaats, Tijd, Windrichting + Sterkte, Wolken, Temperatuur,
QNH= Hoogtemeterinstelling). Freq:133.250 Eurocontrol(Maastricht werkt alleen
met Flightlevels). Freq:118.700 Eelde Toren (Hoogtemeterinstellingen).
Bovengenoemde 2 stations met hun vliegverkeer zijn met een simpele scanner en
antenne goed te volgen in onze Regio.
Gezien de hoogte van de frequenties en het
beperkt aantal frequenties, worden dezelfde Grondstationsfrequenties gebezigd op
velden, die tamelijk ver van elkaar liggen. Vliegt men echter en luistert men
naar de radio, dan hoort men natuurlijk wel de gezamelijke frequenties. En dat
kan wel eens een heksenketel zijn voor de vlieger. Hetzelfde geldt voor
Zendergebruikers, die het niet zo nauw nemen met de frequenties en vermogens.
Piraterij is in de meeste geval een bron van ergenis voor de vlieger, die bezig
is zijn weg op een veilige manier te vervolgen. Als Vliegverkeersleider heb ik
die ellende helaas diverse malen moeten meemaken. De veroorzakers beseffen
helaas meestal niet, dat zij met mensenlevens spelen en de vlieger, die
geconcentreerd bezig is met zijn landing af kan leiden met als gevolg....
Ik hoop in ieder geval, dat mijn verhaal een
betere kijk geeft op hetgeen boven ons plaatsvindt.
73, Bé - NL10305