VERON A63
Friese Wouden
____________





Up
Bijeenkomst
Elfstedencontest
SK PA3FKC
RX van toen

 

VERON afdeling Friese Wouden
Afdelingsblad 'CQ Friese Wouden'

RX van toen

door PAoLH

Ontvangers van toen

Ik neem aan dat de meesten van ons bij het beoefenen van hun hobby een ontvanger voor de amateurbanden thuis hebben staan. Vaak maakt de ontvanger deel uit van een tranceiver,soms wordt naast de tranceiver een aparte ontvanger gebruikt. Luisteramateurs hebben natuurlijk een of meer ontvangers tot hun beschikking. Het gebeurt tegenwoordig maar zelden dat men de moed op kan brengen zelf een ontvanger te bouwen, geschikt voor alle amateurbanden, die voldoet aan de eisen die een radioamateur aan een amateurontvanger stelt. Voor een redelijke prijs is tegenwoordig wel iets in de handel waarmee men de hobby kan starten.

In het tijdperk van de radiolamp zo'n veertig tot vijftig jaar geleden was dat anders. Als men een buidel vol geld had was wel een mooie Amerikaanse ontvanger op de kop te tikken,maar het gros van de amateurs moest roeien met de vaak te korte financiële riemen. En dus bleef zelf bouwen over. De oudere amateurs onder ons zullen wel verscheidene soldeerbouten hebben versleten.Ik zelf ben geboren in de onmiddelijke nabijheid van een shack en reeds op 2 a 3 jarige leeftijd waagde ik een seinsleutel aan te raken, waar ca 100 volt over de contacten stond. Misschien is dat de vonk geweest die mijn latere leven als radioamateur bepaalde. En zo bouwde ik op 13 jarige leeftijd een kristal ontvanger met honingraatspoel voor het ontvangen van de Engelse zender.

In April 1945 was ik al snel in het bezit van een A415, een triode voor 4 volt gloeispanning en 15 volt anodespanning. De ontvanger werd eentje met twee honingraatspoelen die scharnierend in elkaars nabijheid gebracht konden worden waardoor de omroepzenders zo mooi met een fluittoontje konden worden beluisterd. Zeer tot ongenoegen van de buurt. Wist ik veel dat een genererende ontvanglamp ook als zender kon werken. Met kleinere spoelen lukte het mij ook om op 80 meter te kunnen ontvangen en zo Nederlandse amateur te ontvangen. Dit waren allemaal clandestiene amateurs omdat er direct na de oorlog nog een zendverbod gold.

Mijn vader, PAoFF, had zijn rechtuitontvanger ook weer opgelapt en met verwisselbare spoelen was het mogelijk zelfs to 10 meter te ontvangen.En dit was dus voor mij een voorbeeld hoe het moest. Er stond ergens op de zolder een doos met lampen van allerlei soort en zodoende kon ik mijn ontvanger uitbreiden met een laagfrequenttrapje. Dit was al een hele verbetering. In een logboek noteerde ik wat ik hoorde en het is wel leuk om daarin nog eens te bladeren. De gevoeligheid was erg goed. Op de rand van generen, dus als de detector net wel en net niet genereerde was de gevoeligheid zo groot dat als je die kon vergelijken met de ontvangers van nu de rechtuit ontvanger zeker niet de minste was. Alleen de stabiliteit liet te wensen over en dat was in het AM tijdperk niet zo'n groot bezwaar.

Maar nu even als aansluiting op een vorig artikeltje van mij over storing nog het volgende. Als ik op 10 meter zat te luisteren rond 1947 (zonnevlekken maximum) had ik last van een sterke tik, dag en nacht.

Ik had al eens de omgeving verkend of er ergens schrikdraad was gespannen. We woonden aan de rand van de Huizum en in de nabijheid liepen nog koeien dus dat was een mogelijkheid. Maar niets te vinden. Tot ik op een stil moment op het toilet zat en de Friese klok bij ons in de hal hoorde tikken. Ik dacht: "Dat kon wel hetzelfde ritme zijn". Ik heb de klok stil gezet en weg was de storing.....

Ik heb de oorzaak gezocht in het escapement, dat is het ding wat boven in de klok heen en weer kantelt, en wat bij iedere uiterste stand even contact maakt met het messing wiel eronder. De stalen veertjes en het messing wiel samen met wat verzuurde klokolie vormen een galvanisch element en zo zou een minuscuul vonkje over kunnen springen. Ik heb die veronderstelling nooit losgelaten tot ik vele jaren later nog een geprobeerd heb dit verschijnsel op te roepen maar zoals zo vaak bij dit soort proefjes het lukt dan niet.

Toch was het mogelijk om bij een rechtuitontvanger met 1 X detector plus een paar trapjes LF versterking in de luidspreker het overelkaar krassen van twee metalen voorwerpen die verder nergens mee waren verbonden in een luidspreker hoorbaar te maken. Ik schrijf dat toe aan het verstoren van het electromagnetisch veld wat veroorzaakt wordt door de oscillerende detector. Met een trapje HF ervoor werkte het niet ofschoon de ontvanger wel gevoeliger was. Maar de oscillerende detector was nu geisoleerd van de ingang.

In de amateur kennissen kring van mijn vader was ook PAoAPX een deskundig man. Op het gebied van de zonnevlekken wist hij zijn weetje. Hij heeft nooit anders dan met een rechtuitontvanger geluisterd tot op 2 meter toe. Maar de gevoeligheid was groot. Als zijn XYL het rooster van de kolenkachel in de woonkamer schudde of de asla uit de kachel trok sprong OM Werkema PAoAPX tot het plafond vanwege de kraakstoring in de koptelefoon. Ik wil hiermee maar zeggen dat wat betreft de gevoeligheid er in 50 jaar niets is verbeterd. Alleen de bandbreedte en de stabiliteit en het dynamisch bereik zijn enorm verbeterd en daarom wil ik ook niet terug naar toen.

Maar ik vond het wel leuk die ervaringen van toen nog eens op te halen.Met een oscillerende detector,aangesloten op een antenne in serie met een koolmicrofoon was het mogelijk om in je naast omgeving een gesperek te voeren. In mijn schooltijd was dit het uitwisselen van huiswerk (HI).

73, Lieuwe - PAoLH