VERON afdeling Friese Wouden
Afdelingsblad 'CQ Friese Wouden'
door PAoLH
Ontvangers van toen
Ik neem aan dat de meesten van ons bij het beoefenen van hun
hobby een ontvanger voor de amateurbanden thuis hebben staan. Vaak maakt de
ontvanger deel uit van een tranceiver,soms wordt naast de tranceiver een aparte
ontvanger gebruikt. Luisteramateurs hebben natuurlijk een of meer ontvangers tot
hun beschikking. Het gebeurt tegenwoordig maar zelden dat men de moed op kan
brengen zelf een ontvanger te bouwen, geschikt voor alle amateurbanden, die
voldoet aan de eisen die een radioamateur aan een amateurontvanger stelt. Voor
een redelijke prijs is tegenwoordig wel iets in de handel waarmee men de hobby
kan starten.
In het tijdperk van de radiolamp zo'n veertig tot vijftig jaar
geleden was dat anders. Als men een buidel vol geld had was wel een mooie
Amerikaanse ontvanger op de kop te tikken,maar het gros van de amateurs moest
roeien met de vaak te korte financiële riemen. En dus bleef zelf bouwen over.
De oudere amateurs onder ons zullen wel verscheidene soldeerbouten hebben
versleten.Ik zelf ben geboren in de onmiddelijke nabijheid van een shack en
reeds op 2 a 3 jarige leeftijd waagde ik een seinsleutel aan te raken, waar ca
100 volt over de contacten stond. Misschien is dat de vonk geweest die mijn
latere leven als radioamateur bepaalde. En zo bouwde ik op 13 jarige leeftijd
een kristal ontvanger met honingraatspoel voor het ontvangen van de Engelse
zender.
In April 1945 was ik al snel in het bezit van een A415, een
triode voor 4 volt gloeispanning en 15 volt anodespanning. De ontvanger werd
eentje met twee honingraatspoelen die scharnierend in elkaars nabijheid gebracht
konden worden waardoor de omroepzenders zo mooi met een fluittoontje konden
worden beluisterd. Zeer tot ongenoegen van de buurt. Wist ik veel dat een
genererende ontvanglamp ook als zender kon werken. Met kleinere spoelen lukte
het mij ook om op 80 meter te kunnen ontvangen en zo Nederlandse amateur te
ontvangen. Dit waren allemaal clandestiene amateurs omdat er direct na de oorlog
nog een zendverbod gold.
Mijn vader, PAoFF, had zijn rechtuitontvanger ook weer
opgelapt en met verwisselbare spoelen was het mogelijk zelfs to 10 meter te
ontvangen.En dit was dus voor mij een voorbeeld hoe het moest. Er stond ergens
op de zolder een doos met lampen van allerlei soort en zodoende kon ik mijn
ontvanger uitbreiden met een laagfrequenttrapje. Dit was al een hele verbetering.
In een logboek noteerde ik wat ik hoorde en het is wel leuk om daarin nog eens
te bladeren. De gevoeligheid was erg goed. Op de rand van generen, dus als de
detector net wel en net niet genereerde was de gevoeligheid zo groot dat als je
die kon vergelijken met de ontvangers van nu de rechtuit ontvanger zeker niet de
minste was. Alleen de stabiliteit liet te wensen over en dat was in het AM
tijdperk niet zo'n groot bezwaar.
Maar nu even als aansluiting op een vorig artikeltje van mij
over storing nog het volgende. Als ik op 10 meter zat te luisteren rond 1947 (zonnevlekken
maximum) had ik last van een sterke tik, dag en nacht.
Ik had al eens de omgeving verkend of er ergens schrikdraad
was gespannen. We woonden aan de rand van de Huizum en in de nabijheid liepen
nog koeien dus dat was een mogelijkheid. Maar niets te vinden. Tot ik op een
stil moment op het toilet zat en de Friese klok bij ons in de hal hoorde tikken.
Ik dacht: "Dat kon wel hetzelfde ritme zijn". Ik heb de klok stil
gezet en weg was de storing.....
Ik heb de oorzaak gezocht in het escapement, dat is het ding
wat boven in de klok heen en weer kantelt, en wat bij iedere uiterste stand even
contact maakt met het messing wiel eronder. De stalen veertjes en het messing
wiel samen met wat verzuurde klokolie vormen een galvanisch element en zo zou
een minuscuul vonkje over kunnen springen. Ik heb die veronderstelling nooit
losgelaten tot ik vele jaren later nog een geprobeerd heb dit verschijnsel op te
roepen maar zoals zo vaak bij dit soort proefjes het lukt dan niet.
Toch was het mogelijk om bij een rechtuitontvanger met 1 X
detector plus een paar trapjes LF versterking in de luidspreker het overelkaar
krassen van twee metalen voorwerpen die verder nergens mee waren verbonden in
een luidspreker hoorbaar te maken. Ik schrijf dat toe aan het verstoren van het
electromagnetisch veld wat veroorzaakt wordt door de oscillerende detector. Met
een trapje HF ervoor werkte het niet ofschoon de ontvanger wel gevoeliger was.
Maar de oscillerende detector was nu geisoleerd van de ingang.
In de amateur kennissen kring van mijn vader was ook PAoAPX
een deskundig man. Op het gebied van de zonnevlekken wist hij zijn weetje. Hij
heeft nooit anders dan met een rechtuitontvanger geluisterd tot op 2 meter toe.
Maar de gevoeligheid was groot. Als zijn XYL het rooster van de kolenkachel in
de woonkamer schudde of de asla uit de kachel trok sprong OM Werkema PAoAPX tot
het plafond vanwege de kraakstoring in de koptelefoon. Ik wil hiermee maar
zeggen dat wat betreft de gevoeligheid er in 50 jaar niets is verbeterd. Alleen
de bandbreedte en de stabiliteit en het dynamisch bereik zijn enorm verbeterd en
daarom wil ik ook niet terug naar toen.
Maar ik vond het wel leuk die ervaringen van toen nog eens op
te halen.Met een oscillerende detector,aangesloten op een antenne in serie met
een koolmicrofoon was het mogelijk om in je naast omgeving een gesperek te
voeren. In mijn schooltijd was dit het uitwisselen van huiswerk (HI).
73, Lieuwe - PAoLH